Propaangas (in flessen)

Aan het gebruik van flessengas kleven een aantal risico’s. Wanneer hier op een verantwoorde manier mee om wordt gegaan, kunnen er ongelukken worden voorkomen. Het belangrijkste is frisse lucht en ventilatie. Bij onvoldoende ventilatie loopt u risico op een verhoogde concentratie koolmonoxide. Daarnaast is het aanbevolen om uw gastoestellen jaarlijks te controleren, schoon te maken en af te stellen. Houdt brandbare materialen, zoals handdoeken en gordijnen buiten het bereik van kook- en verwarmingstoestellen op gas.

Let bij het gebruik van gasflessen op het volgende:

  1. Gasflessen moeten altijd rechtop staan, zorg dus dat deze niet om kunnen vallen.
  2. Bewaar gasflessen op een koele, geventileerde plaats
  3. Gebruik alleen goedgekeurde gasslangen die niet langer zijn dan 1 meter.
  4. Zorg voor een betrouwbare slangverbinding, vernieuw de slangen om de 2 jaar.
  5. Gebruik altijd de juiste drukregelaar.
  6. Bij het ruiken van gaslucht, de gasfles meteen handmatig dichtdraaien. Zorg voor frisse lucht en ventilatie. Controleer waar de lekkage zit.

Belangrijk: Geen LPG! Laat een gasfles nooit bijvullen met autogas (LPG). Dit is levensgevaarlijk en verboden. Een gasfles heeft namelijk geen overvulbeveiliging. Bij herhaald overvullen met LPG kan de gasfles ontploffen